Aanval bende Sandinistische Jeugd op herdenking moord P. J. Ch.

Afgelopen zaterdag 10 januari vielen bendes van de Ortega-jongeren mensen aan die de moord wilden herdenken op Pedro Joaquin Chamorro 37 jaar geleden. Chamorro voerde actie tegen dictator Somoza en werd daarom op 10 januari 1978 vermoord door de Nationale Garde. Chamorro was juist degene die de vrijheidvan meningsuiting en de democratie scherp verdedigde. Je zou zeggen dat het voor aanhangers van de zich ‘revolutionair, socialist en christen’ noemende president Ortega een mooie gelegenheid zou zijn om zich daarbij aan te sluiten.
Niks daarvan. De opruier van beroep Pedro Orozco, zijn handlangers van de Ortega-jongeren en staatsambtenaren bezetten de rotondes van hoofdstad Managua en de plaats waar het standbeeld staat van Chamorro. Ze ‘vierden’ acht jaar ‘goede regering’ van Ortega en zijn vrouw Murillo. Ze verhinderden het journalistieke werk van weekblad Confidencial en wilden mobiels en camera’s van de journalisten in beslag nemen. Dat alles terwijl elders in de wereld de moord werd herdacht op twaalf  redacteuren van het maandblad Charlie Hebdo. Dat maandblad verdedigde juist de vrijheid van meningsuiting met humor en karikaturen.

De twee belangrijkste nica-karikaturisten Manuel Guillén en Pedro Molina verklaarden in Confidencial dat de strijd voor de vrijheid de beste manier is om de vermoorde journalisten en karikaturisten te eren: ‘Charlie zijn betekent: niet zwijgen, vragen stellen bij wat we zien, niet de geprefabriceerde redevoeringen slikken ,je informeren, onze stem verheffen als we belachelijke dingen zien. Dingen bekritiseren zoals de ‘Metalen Bomen van het Leven’ van presidentsvrouw Murillo, zeggen dat het Kanaal een grote verschrikking is’.

 


Bijdrage